Historie van het #Oerdorp Orvelte

Orvelte vanaf de late middeleeuwen

Vermoedelijk ontstond Orvelte op de huidige plaats tussen de 11e en 13e eeuw. De naam komt uit een samentrekking van ‘over het veld’ of zoals de Drent het zal zeggen ‘Oer ‘t veld’. De vroegste vermelding van het dorp is gevonden in een akte uit 1362 waarin een landbouwer uit Orvelte wordt genoemd. In 1612 heeft Orvelte 13 landbouwers die hun land moesten veroveren tussen het overal aanwezige bos. De landerijen werden bij voorkeur gekozen in de buurt van hoger gelegen gronden, geschikt voor akkerbouw. De lager gelegen gronden werden benut als hooi- en weiland.

Drents boerenleven van maand tot maand

Elke maand was anders op het Drentse platteland vroeger. Met het wisselen van de seizoenen veranderde het werk op het land en op de boerderij. De mensen leefden dicht op de natuur. Dus bepaalde de natuur het ritme van het dagelijks leven.De maanden wisselden elkaar af met steeds nieuwe activiteiten. Er was een tijd om te zaaien, een tijd om te maaien, een tijd om het koren naar de boerderij te brengen en een tijd om te dorsen.

spinnen2

Januari op de kalender

Die lange onvergetelijke winteravonden

In de eerste weken van het nieuwe jaar gaan alle buren in het dorp bij elkaar op neijaorsvisite. Zij praten over de gebeurtenissen in het afgelopen jaar, het werk dat weer wacht en de laatste nieuwtjes. De boeren drinken met smaak een klaore borrel. Hun vrouwen lepelen een glaasje eigengemaakte advocaat of abrikozen op brandewijn.

In één van de Orvelter boerderijen hebben zich vanaf een uur of zes de jonge vrouwen van het dorp verzameld. Ze hebben hun spinnewiel meegenomen, ze gaan spinnen. ondertussen kletsen ze wat af en zingen ze liedjes. Als het om half negen nog stil is om het voorhuis, neemt de onrust toe. Waar blijven ze? Dan klinkt er gestommel op de pompstraat, even later een bons op de deur en snel vult de woonkeuken zich met manvolk. Iemand heeft een trekharmonica, het is tijd om te gaan dansen. De jongens gooien hun pet naar de meiden op wie zij een oogje hebben. Houdt het meisje de pet bij zich, dan voelt zij ook wat voor de eigenaar.

Februari op de kalender

Dorsen op de deel

Om acht uur klinkt het klaaglijke geluid van de boerhoorn door Orvelte. De boeren van het dorp verzamelen zich met de schoppen op de schouders. Ze gaan de wegen sneeuwvrij maken. De hele ochtend werken ze door en tegen de middag is het tijd voor een welverdiend slokje. Niet te veel, vanmiddag moet er thuis gewerkt worden. Iedereen in het dorp is aan het dorsen en daar moet je je kop bij houden.

De boeren dorsen de rogge die in augustus geoogst is en al weer flink wat maanden op de graanzolder ligt. Ze dorsen met drie man tegelijk. Ritmisch klinken de slagen van de dorsstokken. Het driemanschap is goed op elkaar ingewerkt. De stokken zijn door de klompenmaker gemaakt van stammetjes van jonge hulstbomen.

Op de deel liggen lange rijen garven klaar. Garf na garf wordt uitgeklopt en gekeerd. De roggekorrels worden op het dorskleed bij elkaar geveegd en ontdaan van kaf en stof.

Maart op de kalender

Het voorjaar voor de deur

De Orvelter kinderen lopen op Palmzondag de boerderijen langs. Het is de zondag voor Pasen. De kinderen houden een stok met een haantje van brood bovenin dapper omhoog. Het palmpaos is versierd met buxusgroen of takjes jeneverbes. Ook het haantje heeft een groen takje op zijn staart. Aan de stok hangen lekkernijen als snoep en walnoten. De kleinsten hebben moeite om onderweg hun zware palmpaos omhoog te houden, maar ze zetten dapper door: Haantje op een stokkie / Gattie in zien rokkie / Gattie in zien linkerpoot / Morgen is mien haantie dood. Enkelen kunnen niet tot morgen wachten  en proeven onderweg even van het haantje. Mmm… witbrood, dat krijg je in Orvelte niet elke dag!

Gebruiken rond de paastijd, als het voorjaar voor de deur staat, bestaan er al sinds mensenheugenis. Het is tijd om eieren te zoeken. Het ei is symbool voor nieuw leven. De kinderen doen hun eieren bij de sinaasappel in het paosnettie. Er zitten ook walnoten in. Nog zo’n teken van nieuw leven, er kan immers een boom uit opgroeien. Tijdens de paasdagen vermaakt heel Orvelte zich op de deel met neutienschieten.

April op de kalender

Nieuw leven in het dorp

In april lijkt Orvelte één grote kinderboerderij. Op alle weitjes tussen de boerderijen zie je kalfjes en veulens. Er lopen geiten en schapen met lammeren die wat extra aandacht nodig hebben. Op het zwienenkampie wentelt de zeug zich in de modder terwijl een toom biggen om haar heen dartelt. De pruimen zijn bijna uitgebloeid. De eerste appelbomen staan op het punt van bloeien. De meeste bomen zijn deze tijd van het jaar nog kaal. Hier en daar hangt een raar geval hoog in een eik. Het is een haam, de nageboorte van een paard. Het gebruik om die in de boom te hangen stamt uit oude tijden. De boeren dachten dat dat het veulen zou stimuleren zijn hoofd recht te houden en de voorbenen zo hoog mogelijk op te tillen.Een andere oude verklaring is dat je met zo’n stinkende haam kon voorkomen dat wolven op de geur van veulens afkwamen.

Elk jaar kijken de Orvelters uit naar de terugkomst van de zwaluwen. De boeren zien ze graag komen omdat de vogels muggen en vliegen opruimen. De overlast van de vogelpoep onder het nest nemen ze graag voor lief. Ook de terugkeer van de ooievaar is een goed teken. Een erg met zo’n grote zwarte-witte luibert op zijn hoge nest is een gezegend erf.

Mei op de kalender

Wasschup voor het jonge paar

Als de natuur barst van het leven, wordt het ook voor de mens tijd om aan zijn toekomst te denken. Jonggeliefden besluiten te gaan trouwen. Lang vóór het zo ver is, is in Orvelte de bruidegom een keer bij de ouders van zijn mogelijke bruid komen eten. Krijgt hij gekookte varkenskop voorgeschoteld, dan is het uit met de vrijerij. Staat er echter een mooie ham op tafel, dan kan de bruiloft – ‘t wasschup zeggen ze in Drenthe – doorgaan en kan de wasschupneuger op pad om iedereen voor de bruiloft uit te nodigen.

De wasschupsneuger is vaak de oudste broer van de bruid of bruidegom. Je herkent hem aan zijn nette pak en de versierde stok. Op elk adres houdt hij zijn verhaal op rijm. Vervolgens wordt de neuger bedankt met een heldere borrel. Onderin het glaasje ligt een kwartje. In de loop van de dag herken je de boodschapper behalve aan zijn uitmonstering dan ook vooral aan zijn wat onzekere gang.

Juni op de kalender

Hoogste tijd om de schapen te scheren

De schapen zijn aan hun jaarlijkse scheerbeurt toe. Als de scheper op zijn hoorn blaast, zetten de boeren hun schaapskooien open en verzamelen de schapen zich. De scheper brengt ze naar de grote kuil met water die elk jaar als schaopwas wordt gebruikt. De dieren staan nerveus tussen de hekken aan de rand van het water te wachten. De twee honden van de scheper doen erg opgewonden.

Het is de hoogste tijd om de schapen van hun dikke wintervacht te ontdoen, want eronder heeft zich al een laag jonge wol gevormd. Iedereen komt in zijn oude kleren. De scheper verdeelt het werk. De sterkste jonge mannen gaan het water in. Anderen drijven de schapen één voor één het water in. Het derde groepje neemt de schapen over van de wassers.

Het is een drukte van belang en er wordt stevig doorgewerkt. Dat is voor de wassers de enige manier om warm te blijven, want het water is nog erg koud. Zand en aangekoekte mest worden uit de vacht gerost. Als wol te vuil is, worden bij het scheren de scharen om de haverklap bot.

Juli op de kalender

Elkaar naobers in voor- en tegenspoed

Vandaag de dag is alle zorg professioneel geregeld: kraamhulp, thuiszorg, huishoudelijke hulp, uitvaartzorg enzovoort. Vroeger had je dit allemaal nog niet en was je helemaal aangewezen op hulp van je naaste buren. Deze naobers zijn de gezinnen van de drie huizen ter linker- en ter rechterzijde. Naoberschap is in dorpen als Orvelte eeuwenlang een ongeschreven vanzelfsprekendheid geweest. Ook al kun je niet best met elkaar opschieten, je hebt elkaar nodig en je staat klaar voor elkaar.

Bij een overlijden regelen de naaste buurmannen dat iedereen snel van de begrafenis op de hoogte wordt gebracht. De buurvrouwen leggen de dode af, trekken hem of haar het doodshemd aan en leggen het lichaam in de kist. Deze is inderhaast door de timmerman in elkaar gezet. De planken voor de kist hebben al het leven lang klaargelegen, net als het doodshemd in het kabinet. De dood komt immers altijd onverwacht.

De naobers begeleiden de lijkwagen te voet naar Westerbork. Op het kerkhof dragen ze de kist naar het graf. Ondertussen zetten de buurvrouwen een groot begrafenismaal klaar. Er is zelfgebakken brood, er is gezouten en gedroogd vlees, worst en boter. De koffie wordt in de kraantjespotten van de naobers gezet.

Augustus op de kalender

De ‘bouw’ kan beginnen

Van oudsher staat Sint Job (25 juli) bekend als de dag waarop het graan rijp is en de ‘bouw’ kan beginnen. Afhankelijk van het weer is dat wat vroeger of later. Bij de graanoogst speelt de samenwerking een belangrijke rol, want op de es liggen de akkertjes zo door elkaar dat het ene niet bewerkt kan worden zonder over het andere te gaan. De boeren maken ook van tevoren afspraken over wanneer en waar te beginnen. Samen werken zij alle akkers op de es één voor één af.

De zeisen zijn de avond van tevoren vlijmscherp gemaakt. In de stoet naar de es lopen de maaiers voorop, de zeis over de schouders. Dan volgen de wellers die met welhaken de gemaaide halmen bundelen. Tenslotte komen de bindsters om de bundels halmen tot garven bij elkaar te binden.

De boerhoorn geeft het sein voor de middagpot. Iedereen eet thuis. Er staat stevige kost op tafel met vlees en spek, bonen en erwten en aardappelen. Daarna is er een flink bord karnemelksepap met stroop. na het overvloedige maal scherpen de maaiers hun zeisen opnieuw en rusten ze even uit tot de boerhoorn opnieuw klinkt en iedereen het werk hervat. Na koffie met een boterham in de namiddag zet het hele dorp met zijn allen de garven op, acht garven per schoof of hok.

September op de kalender

Groente wecken in het stookhok

Tot de komst van de diepvries is de weck een gezond alternatief voor het bewaren van groenten als snijbonen in het zout in de Keulse pot, zoals dat daarvoor gebeurde. In september weckt de boerin tientallen glazen potten in een speciale ketel op het fornuis in het stookhok. Per keer passen zo’n vijftien potten in de weckketel om vacuüm te trekken. Dankzij de weck verbouwt de boerin in de moestuin voortaan ook groenten als sperziebonen, zomerwortels, andijvie, rode bietjes en snijbiet. Ook worden er peren, bessen en pruimen ingemaakt.

Plukken, schoonmaken en schillen vragen extra tijd en geven een hele drukte, maar het is de moeite waard, want de hele winter door kun je voortaan bijna verse producten eten! Dat was voor kort ongekend, toen ‘s winters alleen bonen, erwten en kool op het menu stonden.

Trots toont de boerin haar voorraad weckflessen aan de visite en presenteert een glaasje vruchten uit de weck. Minstens zo belangrijk is het aanleggen van een wintervoorraad turf om de woonkeuken te verwarmen en kookpot te verhitten. Elke eigenerfde Orvelter boer heeft zijn eigen turfpotjes op het Veenveld.

Oktober op de kalender

Een krentebrood mee op kraamvisite

De opgeschoten jongens van Orvelte lopen quasi nonchalant door het dorp. Uit ervaring weten zij welke appels in het dorp het lekkerst zijn. Daar moet je dus zijn. Nee, vandaag nog niet, maar morgen bij het eerste ochtendlicht…

Het oude gebruik zegt dat alle fruit dat op 1 november nog in de bomen hangt, vrijelijk mag worden geplukt. Appelrillen noemen ze dat hier. Er zijn altijd boeren die door drukte niet aan de appeloogst zijn toegekomen en de jongelui maar al te graag uit de bomen jagen. Het deert de jongens niet. Het appelrillen wordt er alleen maar spannender van…

Dit jaar wordt in het dorp één appelboom bij het appelrillen overgeslagen. Die hoort toe aan de nieuwe pachter van de boerderij. Misschien kent die het gebruik niet, maar er is een betere reden. Veertien dagen terug is er een poppie geboren. De eerste in het gezin. De jongens weten dat het geen makkelijke kraam is geweest. De naobervrouwen zijn er druk mee geweest en hebben de jonge moeder zoveel mogelijk werk uit handen genomen. Elke dag hebben ze een pannetje soep afgeleverd. Pas na tien dagen zijn moeder en kind voldoende aangesterkt om kraamvisite te ontvangen. Zoals te doen gebruikelijk hebben de naobers op een plank een krentenbrood van wel een meter lang in optocht meegebracht.

November op de kalender

Het zwien op de ladder

Op elke Orvelter boerderij is de slacht van het huisvarken een belangrijk gebeuren. Maandenlang is het dier vetgemest met aardappelen, melk en roggemeel en verder alles wat er van de maaltijd overbleef. Het zwien zit dan ook goed in het spek. En spek heeft het gezin nodig om de lange winter door te komen.

De avond daarvoor heeft de boerin in het stookhok de kookpot vol water alvast opgestookt. Zodra de slachter gearriveerd is, wordt het tegenspartelende en gillende varken op een ladder vastgebonden. De kinderen maken dat zij uit de buurt komen. Met een snelle steek snijdt de slachter de halsslagader van het dier open. De boerin vangt het bloed op en roert het met roggemeel. Vervolgens wordt dit mengsel met zout in linnen zakken een uur of twee gekookt.

Een flink varken is goed voor tien bloedworsten. Menig Orvelter ontbijt start de weken na de slacht met een plak gebakken bloedworst. Met kokend water overgiet de slachter het dode dier. Daardoor wordt het gemakkelijk om de stugge haren af te scheren. Nadat het dier is opgesneden en van binnen schoongemaakt, blijft het een groot deel van de dag aan de ladder hangen.

December op de kalender

Op weg naar het eind van het jaar

Rond een uur of twee ‘s middags op Tweede Kerstdag stappen de jonge mannen van het dorp op hun paarden. Samen met de jongeren uit de omringde dorpen rijden ze de streek rond en stoppen onderweg bij elk café. Zittend op de brede paardenrug drinken zij hun borrels. Steffenrijden heet dat, een oud gebruik genoemd naar Sint Stefanus wiens feestdag op 26 december valt.

Een ander gebruik genoemd naar dezelfde heilige heeft die morgen al plaatsgevonden als de kinderen van arme gezinnen bij de boeren komen steffenlopen. In de stal geven ze een bosje hooi aan één van de koeien onder het opzeggen van een oud versje: In steffen dei, koe / Want ‘t is Sunt-Steffen mörgen / Honderd gulden veur die koe / En ‘n dikke stoetbrug toe. De kinderen complimenteren de boer met zijn prachtige vee. De stoetbrug, ofwel een dikke boterham met flink wat boter en rijk beleg, krijgen ze van de boerin voor hun zegenende werk in de stal.

Op oudejaarsdag worden in elk huis knieperties gebakken. Vanwege het zware bakijzer is dat het werk van de mannen. De laatste exemplaren worden veel dikker dan de gewone knieperties. Deze spekdikken zijn hartig omdat in het laatste beslag plakjes worst en spek gedaan zijn.

Heide

In de loop der tijd vormden de akkers al gauw een aaneengesloten complex, de es genoemd. Deze es werd beschermd door aangelegde houtwallen en stroken bos. Vanaf de late middeleeuwen tot aan de twintigste eeuw werd een steeds groter deel van het grondgebied van de dorpsbewoners in beslag genomen door de heide.

Schaapskudde

Om de essen vruchtbaar te houden hadden de boeren namelijk veel mest nodig. Deze mest verkreeg men vooral door de steeds groter wordende schaapskudde. De schapen namen genoegen met hetgeen de heide hen bood. Bij Orvelte lag voldoende heide om de gehele kudde, die soms uitwel 2000 schapen bestond, te voeden.

Verzamelen bij de herder op de Brink

De schapen werden ‘s morgens verzameld op de Brink om gezamenlijk met de herder naar de hei te vertrekken. Elke namiddag leidde hij de dieren terug naar het dorp. Vanaf de Brink wist elk dier zonder hulp de eigen stal te vinden. Het was namelijk zo dat de kudde niet in eigendom was van de herder. Deze stond in dienst van de boeren, die ook de schapen leverden aan de kudde. De boeren zorgden ervoor dat alle schapen weer op stal stonden. Het ging hun immers om de mest en die werd in de stal opgevangen. Het is dus geen wonder dat elke boerderij één of meerder schaapskooien had.

Orvelte in de jaren '70

Orvelte in de 20e eeuw

De grote verandering in Orvelte begon, toen vanaf het eind van de vorige eeuw de kunstmest in gebruik kwam. Schapenmest werd hierdoor overbodig en daarmee ook het schaap. Door het verdwijnen van de kudde bleven de heidevelden onbenut. Een groot deel van deze heidevelden werd omgezet in landbouwgrond of ze werden bebost door Staatsbosbeheer. Door deze verandering gebruikten de boeren vanaf 1945 steeds meer modernere en grotere landbouw werktuigen. Daardoor werden de akkers ongeschikt en vond er ruilverkaveling plaats. In Orvelte vind je dus moderne ingerichte boerderijen naast oude boerderijen.

Nieuwbouw

De nieuwbouw die Orvelte kreeg toegewezen vond gelukkig plaats aan de toenmalige uitvalswegen, de Brugstraat en de Schoolstraat. Om het verkeer te mijden uit het dorp werden er 2 rondwegen aangelegd. En dit alles voor een dorp waar 78 mensen wonen.

Beschermd dorpsgezicht

In 1967 werd Orvelte als beschermd dorpsaanzicht aangewezen. Dit om het oorspronkelijke karakter te behouden. Het dorp en de boerderijen werden hersteld en zo ingericht als die in 1832 zou moeten zijn geweest.