Museumdorp Orvelte

Museumdorp

Orvelte is een museumdorp. Niet alleen bestaat het al heel lang, maar het heeft ook meerdere transformaties doorstaan. Ontdek Orvelte hier verder.

Oprichting stichting Orvelte

Op 16 november 1965 nodigde Lieve tal van instanties uit om deel te nemen aan de voorbereidingscommissie van wat het het Recreatieproject Orvelte noemde. Een maand later was er een eerste vergadering. De commissie ging in de maanden daarna aan de slag. In oktober 1966 verscheen Het eerste rapport betreffende het plan Orvelte dat tot de volgende conclusie kwam: ‘Het is zaak de grootste waarborgen te scheppen dat het dorp en de omgeving zo gaaf mogelijk bewaard worden, zo mogelijk nog verbeterd worden’. Om dat te bereiken zagen de opstellers van het plan maar één mogelijkheid: ‘Alleen aankoop door de overheid of door een voor dit doel opgerichte overheidsstichting zal volledige bescherming geven’. De Voorbereidingscommissie Orvelte wist één ding zeker: “Ten behoeve van het voortbestaan van het dorp Orvelte als een levendige kern is een nieuwe impuls, een nieuwe functie nodig. Deze meent de commissie gevonden te hebben in een rustige vorm van recreatie. Bij het zoeken naar nieuwe functies voor de boerderijen moet men die keuze zodanig doen dat een groot aantal mensen van het prachtige dorp en omgeving zal genieten, met behoud van het oud-Drentse karakter’.

museumdorp

De ijzertijdboerderij

Bij de aanleg in 1969 van de rondweg ten zuiden van Orvelte werden op een akker die vroeger in het dorp de Tipkampen genoemd werd, bewoningssporen gevonden. Een paar jaar later was deze vondst voor een onderzoeksleider Otto Harsema een reden om eens te gaan praten met burgemeester Lieve, die tevens voorzitter van de Stichting Orvelte was. Met zijn archeologisch experiment wilden Otto Harsema en zijn collega’s de vraag proberen te beantwoorden of je aan de hand van de verkleuringen in het zand een complete boerderij kon reconstrueren. Begin augustus 1978 werd de bouw van de IJzertijdboerderij begonnen. Vier man werkten vijf dagen per week in totaal veertien weken lang aan de boerderij. Het hout werd als ruwe stammen aangevoerd en werd ter plaatse geschild en met bijlen, beitels en zagen bewerkt.